Importeurs die in de EU gevestigd zijn en jaarlijks meer dan 50 ton goederen invoeren die onder CBAM vallen, moeten een toelating als CBAM-aangever hebben. Voor waterstof en elektriciteit geldt geen ondergrens. Als een in de EU gevestigde importeurs zich laat vertegenwoordigen door een indirecte vertegenwoordiger die ermee instemt om de CBAM-verplichtingen over te nemen, moet niet de importeur, maar de indirecte douanevertegenwoordiger een toelating aanvragen. In dat geval liggen de verplichtingen voor het doen van een CBAM-aangifte en het aankopen van certificaten bij de indirecte vertegenwoordiger.

Indirecte douanevertegenwoordigers

Indirecte douanevertegenwoordigers moeten in principe altijd zijn toegelaten als CBAM-aangever als zij een importeur vertegenwoordigen die buiten de EU is gevestigd én CBAM-goederen invoert. 

Indirecte vertegenwoordigers die een importeur vertegenwoordigen die wel in de EU is gevestigd, kunnen ermee instemmen om op te treden als CBAM-aangever. Zij moeten dan ook een toelating aanvragen. Dit geldt ook als de vertegenwoordigde importeur(s) in 2026 minder dan 50 ton CBAM-goederen zullen invoeren.

Een indirect vertegenwoordiger heeft alleen geen toelating nodig als deze:

  • Helemaal geen importeurs van CBAM-goederen vertegenwoordigt, of;
  • Alleen in de EU gevestigde importeurs vertegenwoordigt én bij geen van deze importeurs ermee instemt om op te treden als CBAM-aangever.

We raden indirecte douanevertegenwoordigers die een toelating nodig hebben aan om zo spoedig mogelijk een aanvraag in te dienen.

Samenvatting

Meer informatie over de toelatingsprocedure vindt u hier.