CBAM is een EU-verordening die is ontworpen om eerlijke concurrentie te waarborgen tussen bedrijven die actief zijn binnen de EU en bedrijven buiten de EU. Het richt zich op de correctie aan de grens van de CO2-uitstoot die is vrijgekomen bij de productie van zes productcategorieën: ijzer en staal, cement, meststoffen, aluminium, elektriciteit en waterstof. CBAM voorkomt dat er ‘koolstoflekkage’ plaatsvindt, ofwel het verplaatsen van productie binnen de EU naar landen waar bedrijven niet hoeven te betalen voor hun CO2-uitstoot. Dat is nodig omdat veel Europese bedrijven te maken hebben met strenge regels over hun CO2-uitstoot, en/of moeten betalen voor hun CO2-uitstoot.
Deze koolstoflekkage is slecht voor de Europese economie, maar ook slecht voor het klimaat omdat er dan per saldo wereldwijd meer CO2 uitstoot plaatsvindt. CBAM moet dus zorgen voor een gelijk speelveld tussen bedrijven binnen en buiten de EU.
Voor meer algemene informatie over CBAM kunt u terecht op de algemene website van de NEa, die samen met de Douane verantwoordelijk is voor de uitvoering van CBAM in Nederland en uitgebreide informatie en ondersteuning biedt.
Toelating tot het CBAM-register
Wilt u vanaf 2026 jaarlijks meer dan 50 ton aan CBAM-goederen naar de EU importeren? Zorg dan dat u toegelaten bent als 'CBAM-aangever'. De Douane controleert aan de grens op de aanwezigheid van deze toelating. Is de toelating er niet, dan worden de goederen niet vrijgegeven of kan er een boete worden opgelegd. Voor de berekening of dedrempelwaarde van 50 ton is overschreden, moeten alle CBAM-goederen die u zelf of door een douanevertegenwoordiger in een jaar heeft laten invoeren worden opgeteld.
Meer informatie over de toelatingsprocedure vindt u hier.
Aanpassing CBAM-verordening: een tijdelijke uitzondering op CBAM-toelating voor lopende aanvragen
Op 17 oktober 2025 heeft de Europese Commissie een wijziging van de CBAM-verordening gepubliceerd waarmee een aantal vereenvoudigingen zijn doorgevoerd. Daarin is ook een tijdelijke uitzondering opgenomen voor bedrijven die in 2026 CBAM-goederen gaan importeren, maar nog niet beschikken over een toelating.
Importeurs en indirecte douanevertegenwoordigers die uiterlijk 31 maart 2026 een toelatingsaanvraag hebben ingediend mogen, terwijl ze wachten op het besluit op hun aanvraag, CBAM-goederen blijven importeren.
Maar let op: Als de NEa de toelatingsaanvraag vervolgens afwijst, heeft dit zeer ernstige consequenties. De NEa moet dan een boete opleggen voor het importeren zonder toelating. De boete is drie tot vijf keer het standaardbedrag van €100 (plus indexatie) per CBAM-certificaat dat de importeur of indirecte douanevertegenwoordiger zou moeten inleveren als deze wel een toelating zou hebben. Alleen bij een kleine overschrijding van de 50 ton-drempel (minder dan 10%) kan de boete lager uitvallen. Het minimumbedrag van de boete is €100 (plus indexatie) per CBAM-certificaat.
Wie gebruikmaakt van de uitzondering om na 1 januari 2026 zonder toelating CBAM-goederen te importeren, moet zich er dus van bewust zijn dat hij/zij een belangrijk risico loopt.
Als de NEa de toelatingsaanvraag moet afwijzen en een importeur al CBAM-goederen heeft geïmporteerd, volgt altijd een boete. Deze boete komt dan in de plaats van de verplichting om CBAM-aangifte te doen en CBAM-certificaten in te leveren. Voor de toekomstige invoer door een toegelaten CBAM-aangever geldt deze verplichting wél: aangifte doen en certificaten inleveren.
Het blijft dus belangrijk om zo snel mogelijk een aanvraag in te dienen en een CBAM toelating te verkrijgen voordat CBAM-goederen worden ingevoerd.